Aangifte inkomstenbelasting voor gehuwden of geregistreerd partners in scheiding

Bij het aangeven van de inkomstenbelasting is één van de eerst gestelde vragen: “Heeft u een fiscaal partner?”.

In de praktijk merk ik dat over het fiscaal partnerschap veel misverstanden bestaan, we kunnen toch kiezen?

Inkomstenbelasting voor Gehuwd / geregistreerd partners

Voor gehuwden en geregistreerd partners zijn de spelregels even kort als eenvoudig:

u bent fiscaal partners.

Zelfs in scheidingssituaties blijft het fiscaal partnerschap in principe voortduren. Pas bij de combinatie van een indiening van een verzoek tot scheiding (of scheiding van tafel en bed) en een gescheiden inschrijving in de basisregistratie persoonsgegevens (BRP) wordt het fiscaal partnerschap beëindigd.

Deze strikte regels worden weleens als onredelijk ervaren. ‘Ik woon alleen, betaal alles zelf, maar krijg geen toeslagen voor een alleenstaande ouder’. Dit kan waar zijn, maar door de inschrijving BRP en/of het indienen van het verzoek tot scheiding goed te timen ontstaan ook mogelijkheden. Deze, grote, financiële belangen zijn dus belangrijk om goed te bekijken en zo nodig met een deskundige te overleggen tijdens de scheidingsprocedure.

Inkomstenbelasting Samenwoners

Voor de samenwoners is de hoofdregel geen gelijke inschrijving BRP, geen fiscaal partnerschap. Wel een gelijke inschrijving resulteert echter enkel in fiscaal partnerschap als wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden:

  • u heeft samen een kind;
  • een kind van de ander is erkend;
  • u bent voor een pensioenregeling aangemeld als pensioenpartners;
  • u heeft samen een (fiscale) eigen woning;
  • u bent meerderjarige en op hetzelfde adres staat een minderjarig kind van één van beiden ingeschreven, tenzij sprake is van een zakelijke onderhuur van een deel van de woning;
  • u was  in het voorafgaande jaar ook elkaars fiscaal partners.

Belangrijke kanttekening is dat kinderen of ouders slechts fiscaal partner zijn als zij op 31 december van het jaar ervoor beiden ouder zijn dan 27 jaar.

In scheidingssituaties komt het weleens voor dat één van de scheiders (tijdelijk) met minderjarige kinderen intrekt bij de ouders. Dit heeft geen gevolg wanneer de ouder zelf al een fiscaal partner heeft, je kan maar één fiscaal partner hebben. Heeft de ouder geen fiscaal partner, dan worden bijvoorbeeld oma en moeder door de inschrijving aldaar fiscaal partners. Belangrijk om te beseffen, want dit kan forse gevolgen hebben voor de te ontvangen toeslagen. Voor deze situaties zou de zakelijke onderhuur een oplossing kunnen bieden.

Deeljaar fiscaal partners

Het fiscaal partnerschap gaat pas in vanaf het moment dat wordt voldaan aan één van bovenstaande voorwaarden, tenzij de partners al langer op hetzelfde adres ingeschreven stonden. In dat geval wordt die datum aangehouden, waarbij deze terugwerkende kracht maximaal teruggaat tot 1 januari van het jaar waarin aan de voorwaarden wordt voldaan.

Voor de inkomstenbelasting is één van de voordelen van fiscaal partnerschap dat gemeenschappelijke inkomensbestanddelen (zoals hypotheekrenteaftrek, betaalde alimentatie, etc.) vrij kunnen worden toegerekend. Handig toerekenen kan extra fiscaal voordeel opleveren. Voorwaarde is wel dat men een heel jaar fiscaal partners is, zodat deze mogelijkheid in principe niet openstaat voor personen die pas in de loop van het jaar fiscaal partners zijn geworden. Sec voor deze bepaling kan er daarom op gezamenlijk verzoek worden gedaan alsof de belastingplichtigen toch een heel jaar fiscaal partners zijn.

In scheidingssituaties wordt vaak in convenanten opgenomen dat de ex partners nog samen aangifte zullen doen. Een dergelijke bepaling is echter wel erg vaag en zegt daarnaast ook niets over hoe dan om te gaan met de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen. Het is belangrijk al tijdens de scheiding goed over na te denken over de nog komende aangifte inkomstenbelasting en de afspraken zo concreet mogelijk te maken. Gebeurt dit niet, dan is dit voer voor discussies met tussen de ex-partner bij de vaak toch al zo vervelende belastingaangifte.

Misverstanden over aangifte inkomstenbelasting tijdens scheiding

Tot slot nog een aantal misverstanden die ik vaak hoor in de praktijk:

  • we wonen meer dan 6 maanden in een jaar samen, dus kunnen we kiezen voor fiscaal partnerschap. Tot en met 2010 helemaal juist, maar inmiddels niet meer. Vanaf 2011 is deze keuzeregeling vervallen en vervangen door bovengenoemde harde voorwaarden. De zesmaands termijn kan nog wel van belang zijn voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
  • mijn ex en ik zijn een deel van het jaar fiscaal partners. Ik wil echter niet kiezen voor een heel jaar fiscaal partnerschap, omdat ik dan toeslagen ga mislopen. Onjuist, want de keuze ziet sec op de mogelijkheden voor de vrije toerekening en heeft geen enkel effect op de toeslagen of heffingskortingen;
  • mijn ex en ik kiezen voor een heel jaar fiscaal partnerschap, dus het maakt niet uit wie de hypotheek betaalt. Deze ligt in het verlengde van het vorige punt. Ook hier is weer van belang dat deze keuze sec ziet op de vrije toerekening en niet doorwerkt naar de overige bepalingen. Om niet in de knel te komen met de hypotheekrenteaftrek moeten daarover goede afspraken worden gemaakt en bij en scheiding in een convenant worden vastgelegd.

Alex Kanters

MfN Register-familie-Mediator

Voor meer informatie neem contact op met ScheidingsCenter Alex Kanters.

Deelnemer bij: